Beste essay schrijfdiensten
Service | Author Rate | Review | Website |
| ; | ; | ||
| ; | ; | ||
| ; | ; | ||
| ; | ; |
Een scriptie die bol staat van de tangconstructies en andere stijlfouten leest alsof je met een bezem door een glazenwasserij loopt: je struikelt overal over. Het is zonde van al het werk dat je erin hebt gestopt. Ik neem je mee langs de meest voorkomende stijlfouten in Nederlandse scripties en laat je zien hoe je ze kunt oplossen. Want een heldere zin is geen luxe, het is een vereiste.
Zinsconstructies die je lezer laten struikelen
Tangconstructie – het beest dat je zinnen uit elkaar trekt. Een tangconstructie ontstaat wanneer woorden die bij elkaar horen, ver uit elkaar staan. Neem dit voorbeeld: “De studenten, die na een lange dag van studeren, zich uitgeput voelden, besloten om vroeg naar bed te gaan, om wat rust te krijgen.” Lees die zin eens hardop. Je hapt naar adem halverwege. Het onderwerp (‘studenten’) en de persoonsvorm (‘besloten’) liggen mijlenver uit elkaar, met een hele bijzin ertussen. Hoe los je het op? Simpel: breng de kern dichter bij elkaar. “De studenten voelden zich uitgeput na een lange studiedag en besloten vroeg naar bed te gaan.” Nog een klassieker: “Stuur ons het in januari door uw verzekeringsagent ingevulde en ondertekende formulier.” De woorden ‘het’ en ‘formulier’ horen bij elkaar, maar worden uit elkaar getrokken. Beter: “Stuur ons het ingevulde en ondertekende formulier in januari door uw verzekeringsagent.” De truc is simpel: zorg dat de kern van de zin bij elkaar blijft. Bijzaken mogen daaromheen, maar niet ertussen.
De foutieve beknopte bijzin – een beknopte bijzin is een bijzin zonder onderwerp, zoals “Aangekomen op het station, belde hij zijn vriend.” Het onderwerp van de bijzin (‘hij’) is hetzelfde als dat van de hoofdzin. Maar als dat niet zo is, krijg je een foutieve beknopte bijzin: “Lopend over de Dam, viel het hem op dat de tram wegreed.” Wie loopt er? ‘Het’? Nee, ‘hij’ loopt. Maar ‘hij’ is niet het onderwerp van de hoofdzin (‘het’ is dat). Het had moeten zijn: “Toen hij over de Dam liep, viel het hem op dat de tram wegreed.” De oplossing: zorg dat het onderwerp van de bijzin en de hoofdzin hetzelfde zijn, of maak er een volledige bijzin van.
Verwijsfouten – ontstaan wanneer een verwijswoord (‘die’, ‘dat’, ‘deze’, ‘die’) niet duidelijk verwijst. Voorbeeld: “De docent gaf de student een onvoldoende, wat hem erg teleurstelde.” Wat teleurstelde? De onvoldoende? De docent? De student? Onduidelijk. Oplossing: herhaal het woord of gebruik een duidelijker verwijswoord. “De docent gaf de student een onvoldoende. Die onvoldoende stelde de student erg teleur.” Een andere klassieker: “Jos neemt de auto. Dit doet hij vaak.” ‘Dit’ verwijst naar ‘de auto nemen’ – beter: “Dat doet hij vaak.”
Overbodige woorden en onhandige keuzes
Contaminatie – het per ongeluk mengen van twee correcte uitdrukkingen. Het bekendste voorbeeld is ‘als zijnde’ – een vermenging van ‘als’ en ‘zijnde’. Je schrijft dan: “De minister, als zijnde verantwoordelijk voor het beleid…” terwijl het “de minister, als verantwoordelijke voor het beleid” of “de minister, zijnde verantwoordelijk voor het beleid” moet zijn. Andere veelvoorkomende contaminaties: ‘dat omdat’, ‘tevens ook’ en ‘nakijken + checken = natchekken’ . Kies één uitdrukking en blijf daarbij. Lees je zin hardop; klinkt het alsof je twee zinnen door elkaar hebt gegooid? Dan heb je waarschijnlijk een contaminatie te pakken.
Pleonasme en tautologie – dubbelop is niet altijd beter. Een pleonasme is een overbodige toevoeging: “witte sneeuw” (sneeuw is wit), “ronde cirkel”. Een tautologie is herhaling in andere woorden: “gratis en voor niets”, “als het meezit, zit het mee”. Vraag je bij elke bijvoeglijke bepaling af: voegt dit iets toe? “Een natte regenbui” – regen is nat. Schrap de overbodige woorden en je tekst wordt meteen strakker.
De lijdende vorm – de overtreffende trap van vaagheid. Studenten gebruiken hem vaak als schild tegen verantwoordelijkheid. “Er werd geconcludeerd dat…” in plaats van “Ik concludeer dat…”. Het klinkt wetenschappelijk, maar het is vooral wollig. Een zin in de lijdende vorm heeft geen handelend subject: “De deur werd geopend” (door wie?). In de bedrijvende vorm: “Jan opende de deur.” Gebruik de lijdende vorm alleen als de dader niet belangrijk is of onbekend. In alle andere gevallen: kies voor de bedrijvende vorm.
Spreektaal en modewoorden – een scriptie is geen appje naar je vrienden. Zinnen als “En toen dacht ik van…”, “Dus toen besloot ik maar…” of “Het is gewoon zo dat…” horen er niet thuis. Ook modewoorden als “eigenlijk”, “gewoon”, “heel” en “nogal” kun je beter schrappen. In plaats van “Het was eigenlijk best een interessant onderzoek” schrijf je “Het onderzoek was interessant.”
Engelse invloeden – het Nederlands en Engels zijn nauwe verwanten, maar niet alle Engelse constructies kun je zo overnemen. “Dit is gebaseerd op het feit dat…” is een anglicisme voor “Dit is gebaseerd op…”. “In dit paper” wordt “In dit artikel”. “De data toont” – data is meervoud, dus “de data tonen”. “Hij besliste om te stoppen” is ook een anglicisme (van ‘he decided to stop’); in het Nederlands: “Hij besloot te stoppen.” En “Een aantal studenten zijn…” – in het Nederlands is ‘een aantal’ enkelvoud, dus “Een aantal studenten is…” (al klinkt dat misschien gek, het is correct).
De laatste check: spelling en details
D/t-fouten – de nachtmerrie van elke scriptieschrijver. “Hij word” in plaats van “Hij wordt”, “zij loop” in plaats van “zij loopt”. Een simpele truc: vervang het werkwoord door ‘lopen’ of ‘smurfen’. Als je ‘hij loopt’ zegt, is het ‘hij wordt’. Als je ‘hij smurft’ zegt, is het ‘hij wordt’. Werkt als een tierelier.
Naast deze specifieke fouten is het belangrijk om je tekst systematisch na te lopen. Gebruik een spellingschecker, maar vertrouw er niet blind op. Lees je tekst hardop voor – waar je hapert, moet je herschrijven. Vraag iemand anders om te lezen; een fris paar ogen ziet meer dan jij. Loop ook na op tangconstructies, contaminaties, pleonasmen, foutieve beknopte bijzinnen, de lijdende vorm, verwijsfouten, spreektaal, Engelse invloeden en d/t-fouten.
En mocht je ook worstelen met het schrijven van een Engelstalig essay, dan zijn dezelfde principes van toepassing: helderheid, precisie en geen overbodige woorden. Maar de regels verschillen. Wie hulp bij engels essay schrijven nodig heeft, kan daar terecht voor specifieke valkuilen in het Engels.
Uiteindelijk draait het om één ding: maak het je lezer gemakkelijk. Een scriptie is geen puzzel voor de beoordelaar, maar een betoog dat overtuigt. En een overtuigend betoog begint bij heldere, foutloze zinnen. Neem de tijd om je tekst na te lopen, vraag feedback, en schrap wat niet nodig is. Het verschil tussen een 6 en een 8 zit vaak in de details.